Ikke, de ander en de rest kan ademen

De klassieke economie gaat uit van een rationele mens die zijn eigen nut wil maximaliseren. Daar komt het in se op neer. Nu blijkt dat mensen niet volledig rationeel handelen. Dit is de eerste veronderstelling binnen de klassieke economie die wordt tegengesproken. Verder blijkt dat mensen inderdaad hun eigen belangen verdedigen maar meestal wél rekening willen houden met de ander en met de publieke goederen.

De Oostenrijkse school binnen de klassieke economie ging uit van de praxeologie. De praxeologie is gestoeld uit veronderstellingen die uitgaan van pure logica. Logische redeneringen komen voort uit rationaliteit dus werd er een rationeel mensbeeld vooropgesteld. Het volstrekt rationele mensbeeld gaat ervan uit dat menselijke individuen bewust daden stellen om zo hun doelstellingen te bereiken.

Om deze doelstellingen te bereiken dienen ze middelen aan te wenden, die schaars zijn, om zo hun meest dringende doelstelling te bereiken. Zo wilden ze het nut van deze middelen maximaliseren; de nutsmaximalisatie.

Los van het feit dat de theorie van de nutsmaximalisatie niet voor honderd procent klopt, klopt er wel een deel van. Wanneer een individu zijn nut wil verhogen, zal hij volgens de informatie waarover hij beschikt, proberen een rationele beslissing te nemen.

Tot aan het prisoner’s dillema van John Nash ging men ervan uit dat de beslissing van de ene individu die hij neemt in zijn voordeel, indirect nadelig is voor een ander individu. Deze logica klopt binnen de speltheorie waarbij twee individuen halsstarrig niet van hun beslissing willen afwijken. Het is voor hen dan ook niet interessant om van hun keuze af te wijken. Tenzij ze zouden weten wat de ander zou doen.

Door de theorie van de nutsmaximalisatie gingen economen ervan uit dat het gebruik van natuurlijke hulpbronnen automatisch leidt tot uitputting van deze natuurlijke hulpbronnen als gevolg van het scoiaal dilemma; de spanning tussen wat best is voor jezelf en wat beste is voor de groep. Dit hoeft niet per se zo te zijn. Egocentrische beslissingen hadden niet alleen met nutsmaximalisatie maar ook met slechte communicatie te maken. Om te weten wat een ander zal doen, is er communicatie nodig. Zo kan het individu een keuze maken die voor hemzelf en de ander relatief interessant is. En wat heeft nu die communicatie de voorbij kwarteeuw drastisch veranderd? Het internet. Zo kwam Ostrom op de proppen in 2009.

Zij kwam met 8 ‘design principes’ over het stabiel beheer van gedeelde hulpbronnen. Door deze acht regels kunnen de hulpbronnen die toegankelijk zijn voor de gehele samenleving gevrijwaard worden of ontstaan er nieuwe commons zoals Wikipedia, Linux of Waze.

De acht design principes zijn :

  1. Duidelijke definities (wat de commons zijn en wie de bezitters zijn)
  2. Aanpassing aan lokale gesteldheden
  3. Gemeenschappelijke besluitvorming door de bezitters
  4. Toezicht door of in opdracht van de bezitters
  5. Strafmaatregels bij misbruik
  6. Goedkope en laagdrempelige arbitrage bij geschillen
  7. Zelfbeheer van de gemeenschap en herkenning door hogere autoriteiten
  8. Voor grootschalige commons bronnen een gelaagd systeem met lokale groepen

Indien deze design principes goed nageleefd worden, wordt het sociaal dilemma opgelost en worden zo de commons beschermd. De digitalisering zorgt ervoor dat deze principes kunnen nageleefd worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *